De 120 van Texel - mooi en zwaar! - Jeroen Kuyper Hardloopcoach

De 120 van Texel – mooi en zwaar!

Trainen voor de wedstrijd

Na een jaar uitstel in verband met corona was het 27 maart jl. eindelijk zo ver. De tweejaarlijkse 60 van Texel vond weer plaats. In november was ik begonnen met trainen voor deze wedstrijd. De hele trainingsperiode verliep goed, hoewel ik regelmatig last had van heup en lies. Maar verder had ik  geen klachten en kon ik lekker trainen.

De laatste maanden van het trainingsschema kregen de lange rustige duurlopen, zoals trainingsmarathons en nog langere afstanden, een steeds belangrijke plek in het trainingsschema. De laatste jaren heb ik als ultraloper wel geleerd om goed naar m’n lichaam te luisteren en niet blindelings m’n trainingsschema te volgen. Dat ging deze keer ook goed en dit was de reden dat ik niet twee weken voor deze ultramarathon begon met taperen, maar al drie weken voor de wedstrijd. Ik voelde me vermoeid en prikkelbaar na een trainingsweek van bijna 200 kilometer en wist dat ik even gas terug moest nemen. Je kunt maar beter goed herstellen vóór de wedstrijd dan opgebrand aan de start verschijnen.

De laatste voorbereidingen

De zaterdag voor de wedstrijd kwam ik aan op Texel, bij hotel Nieuw Leven in Den Burg. De kamer was nog niet klaar, dus ik besloot te wandelen naar de Stayokay om mijn t-shirt op te halen van de Zestig van Texel. Ik vind de wedstrijd altijd iets speciaals hebben, dat geldt ook voor het t-shirt. Dat is de enige dissonant in het geheel, want ik vind ze altijd zo lelijk! Ik begrijp dat een sponsor zichtbaar wil zijn op een t-shirt, maar dit gaat nergens meer over. Ik gebruik ze altijd tijdens trainingen waar ik een racevest draag, dan zie je er niet teveel van 😉 Zonde, want als je zag wat er voor moois van het startnummer was gemaakt, dan hadden ze dat ook wel met het t-shirt kunnen doen. Daar stond Jan Knippenberg met z’n hond op. Maar goed, zoals gezegd vind ik dit het enige minpuntje van de hele wedstrijd.

Pastaparty

Zaterdagavond nog even gezellig gedineerd bij een Italiaans restaurant in de Koog met Robert Boersma en Edwin Otto die ook de 120 kilometer zouden lopen, hun partners Astrid en Monique en Olivier Jacques die de 60 km zou gaan lopen. Risotto leek me wel een goede keuze als maaltijd voor een wedstrijd. Tijdens het eten bespraken we onze kledingkeuzes voor de volgende dag. Ik koos voor een korte broek, warm thermoshirt korte mouw, runningshirt lange mouw en een windjack. Het zou koud zijn ’s nachts.

Klaarmaken voor de start van de wedstrijd

De nacht van de wedstrijd zou de klok een uur vooruit gaan, dus ik was even aan het puzzelen hoe laat ik m’n wekker nou moest zetten. Ik besloot om tien voor twee de wekker te zetten en voor de zekerheid ook nog twee wekkers vlak na 3 uur. Na een prima nacht slapen ging de wekker dus vroeg. Snel koffie drinken en wat broodjes en een banaan eten en dan klaarmaken voor vertrek.

Ik had m’n racevest van Instinct aan en zou de eerste helft daarmee lopen, zodat ik flessen met Tailwind en m’n gelletjes en chiazaad reepjes mee kon nemen onderweg. Ik was in de trainingen ook gewend om daarmee te lopen en zag het extra gewicht niet als probleem. Ik zou Tailwind gebruiken als hoofdvoeding en de gelletjes met cafeïne en de reepjes als aanvulling.

Ik besloot te dribbelen naar de Stayokay, want dat was maar 1,8 kilometer van het hotel. Ik dacht dat ik de route wel had onthouden, maar in sommige straten brandden geen straatlantaarns, waardoor ik toch verkeerd liep. Uiteindelijk was ik toch op tijd bij de Stayokay. Snel nog even een plasje doen en dan naar de wielerbaan voor de start.

En daar gaan we dan!

Bij de start zag ik veel bekende gezichten. We kregen te horen dat 27 personen zouden starten aan de 120 kilometer. Nadat het startschot was gegeven moesten we eerst bijna 2 rondjes over de wielerbaan, voordat we de route over de weg konden vervolgen.

Ik had deze keer geen fietser die me begeleidde. Astrid ter Wolde, de vriendin van Robert Boersma, zou Robert en mij elke 5-7 kilometer vanuit de auto van eten en drinken voorzien. Daar was ik erg blij mee. In het begin liep ik met Edwin en Robert mee, maar na 5 kilometer besloot ik me wat te laten afzakken. Ik had me voorgenomen om rustig te starten en m’n energie te sparen voor de tweede helft.

Ik liep voornamelijk in m’n eentje in het donker, maar dat was ook wel prima. Bij Oudeschild liep ik een stukje samen met Richard Lemstra en kletsten we gezellig wat.

Richting het keerpunt

Het was weer prachtig om boven de Waddenzee te zien dat het weer licht werd. Bij 30 kilometer zag ik dat Edwin Otto moest uitstappen in verband met een bovenbeenblessure. Ik was daardoor best een beetje van slag, want ik vond het zo balen voor hem. Daarna heb ik mezelf herpakt en ben ik weer doorgelopen, want na de Slufter kwam het strand in zicht. Ik wist dat ik daar de nodige tijd zou verliezen. Het strand was redelijk te belopen, maar de harde stukken liepen heel schuin naar de zee. Na het eerste stuk stand kon ik weer een beetje herstellen en toen kwam het langste stuk richting de Horsten. Veel mul zand daar, wat het behoorlijk pittige maakte.

Ik haalde Robert Boersma in en ging verder naar het keerpunt. Ik hoopte daar te zijn voordat de 60 kilometer zou gaan starten, maar helaas was ik een paar minuten te laat. Het was best indrukwekkend om een paar honderd lopers op me af te zien stormen. Ik hoorde soms m’n naam roepen en zag in een flits bekenden voorbij komen. Ik was vooral bezig met inschatten om men mij wel zag lopen, want sommigen zagen mij pas heel laat aankomen.

Bij het keerpunt hoorde ik van Astrid dat Robert zou stoppen, omdat hij teveel last had. Gelukkig zou ze me wel blijven ondersteunen onderweg. Ik deed m’n racevest uit, zodat ik wat lichter kon lopen en wat meer verkoeling kreeg. Ik moest alleen wel m’n softflask bij me houden de hele tijd, dus je loopt toch de hele tijd met een paar honderd gram in je handen. De dagen erna voelde ik dan ook behoorlijke spierpijn in m’n armen.

De tweede helft van de wedstrijd

Kort na het keerpunt kwam ik Robert tegen en moedigde hem aan om door te blijven gaan. Maar hij zou toch moeten stoppen helaas. Toen kwam het lange stuk strand weer. Dan moet je echt je verstand op nul zetten en maar zeggen dat je stap voor stap dichter bij de finish komt. Toen ik eenmaal weer het strand af was en door een bos liep, werd ik overvallen door misselijkheid. Ik moest overgeven, maar er kwam niets uit. Voor mij een teken dat ik meer moest eten en drinken. En toen ging ik het laatste stuk strand weer op. Ik werd regelmatig ingehaald door 60 kilometer estafettelopers. De vloed kwam op en we moesten veel door mul zand heen ploegen. Ik begon steeds meer te wandelen, ook toen ik weer bij de Slufter aankwam.

Na de Slufter het duin over richting het fietspad

De laatste loodjes

Pas op het fietspad bij ongeveer 85 kilometer kreeg ik het gevoel dat ik een beetje kon herstellen en kon blijven doorlopen.

Ik had de route op m’n horloge gezet en kon zien wat de geschatte aankomsttijd was. De finish zou sluiten om 18:05 en rond de 100 kilometer zag ik dat ik rond 18:04 zou aankomen. Ik liep eigenlijk de hele wedstrijd al te klooien met geschatte tijden en afstanden omdat m’n horloge 2 kilometer afstand meer aangaf dan ik in werkelijkheid had gelopen. Dat was ook de reden dat ik te laat bij het keerpunt was. Nu moest ik gas blijven geven, anders zou ik te laat aankomen en een DNF achter m’n naam krijgen. NO WAY! Bij 102 kilometer dronk ik wat koud water uit een flesje dat ik van Astrid kreeg. Het smaakte heerlijk, maar na 200 meter moest ik overgeven en kwam alles er weer uit. Balen, want dit kostte tijd en energie! Dus snel weer verder lopen.

De eindsprint

Bij 110 kilometer werd ik ingehaald door een fietser die zei dat de bezemwagen een kwartier achter me reed en dat ik moest blijven doorlopen. Ik besloot niet meer te stoppen of te wandelen. Ondertussen spoorden Edwin en Robert me ook aan om te blijven doorlopen en te versnellen als dat lukt. Ik kon nog versnellen tot ongeveer 116 kilometer, maar ondanks een paar bekertjes cola met water was de tank toen echt wel leeg. En toen kwam het laatste stuk met 2 kilometer stijgend omhoog en de laatste kilometer weer omlaag. Ik wist niet of ik nog op tijd binnen zou komen, dus het enige wat ik kon doen ik alles eruit gooien wat ik nog had.

Vlak bij de finish zei iemand dat ik op tijd binnen zou komen, dus dat was een hele opluchting. Voor me fietste een groep van Running Blind waar ik doorheen moest zigzaggen en toen was daar eindelijk de finish! Bjorn Paree zat al klaar om een mooie finishfoto te maken, Henri Thunissen had de medailles in de hand en met de armen omhoog en een grote glimlach ging ik dan eindelijk over de finish in 13 uur, 18 minuten en 8 seconden!

Over de finish. Video van Robert Boersma

Bij de finish waren alle Purmerenders present. Van Astrid kreeg ik een aluminium dekentje om niet teveel af te koelen, van Olivier een stoel en een lekker bakje tomatensoep. Dat ging er prima in. Daarna even bijgekomen en door Astrid en Robert werd ik met de auto bij m’n hotel afgeleverd. Ik was blij dat ik dat stuk niet meer hoefde te lopen! M’n doel om onder de 12:30 te lopen of in ieder geval sneller dan in 2019 heb ik niet gehaald, maar ik ben zeer tevreden dat ik binnen de tijd ben gefinisht. Ik kijk terug op een memorabel weekend, want dat was het!

Voor het eerst een medaille bij de Zestig van Texel. Deze krijgt een mooi plekje aan de muur.